Hoe ontstaat storing

Een goed draadloos apparaat in z’n eentje krijgt in principe altijd perfect signaal. Zie het als een gesprek. In een rustige omgeving krijg je alles mee wat je gesprekspartner zegt. Maar in een volle ruimte kun je weleens een zin niet verstaan. Het perfecte signaal is weg. Dat kan ook gebeuren met draadloze apparatuur.

In de frequentieruimte waarin de signalen van deze apparatuur zitten, is het soms druk. Want we gebruiken met zijn allen thuis steeds meer draadloze apparaten. Denk aan: babyfoons, dimmers, afstandsbedieningen, weerstations, draadloze koptelefoons of zelfs slimme deurbellen. En ze zitten allemaal op dezelfde frequenties. Deze frequenties delen ze met draadloze medische toepassingen, zoals gehoorprothesen of pacemakers.

Denk aan: babyfoons, dimmers, afstandsbedieningen, weerstations of draadloze koptelefoons

Iconen van apparaten die kunnen storen

Storingen ontstaan ook door apparaten die niet aan Europese eisen voldoen. Bijvoorbeeld apparaten zonder CE-markering. Deze apparatuur is niet getest volgens de Europese regels. Deze regels gaan over de storingsgevoeligheid en veiligheid van apparaten.