Jammer in een hand vlakbij een antenne-installatie

Jammers: informatie voor opsporingsdiensten

Een jammer is een apparaat dat de ontvangst van een radiosignaal verstoort. Er zijn verschillende soorten. De twee meest bekende zijn de GPS-jammer en de mobiele-telefoniejammer. Deze zorgen ervoor dat er in een beperkte straal bijvoorbeeld niet gebeld kan worden of dat mensen of goederen niet te volgen zijn. Bezit, aanwezigheid en gebruik van alle soorten jammers zijn verboden.

De rol van Agentschap Telecom

Agentschap Telecom spoort actief aanbieders en gebruikers van jammers op. Daarnaast voorkomt het agentschap de import en is het een vraagbaak voor opsporingsdiensten. Ook doet het agentschap op verzoek technisch onderzoek naar jammers. Jaarlijks geeft Agentschap Telecom workshops voor operationeel leidinggevenden van opsporingsdiensten om de kennis te delen en te verspreiden.

Hoe werkt een jammer?

Een jammer zendt een 'breedbandig' signaal uit dat radioverkeer plaatselijk onmogelijk maakt. Dit signaal zorgt ervoor dat GPS-signalen of de ontvangst van de mobiele telefoon niet meer werkt. Hierdoor beperken jammers de betrouwbaarheid, veiligheid en beschikbaarheid van draadloze toepassingen. Een jammer kan op één frequentie (singleband) of meerdere frequenties (multiband) verstoren. Dit hangt af van het aantal antennes op het apparaat.

Wat zijn de gevolgen van een jammer?

Effecten van het gebruik zijn:

  • Onbereikbaarheid 112;
  • Onbruikbare radioverbindingen;
  • Economische schade bij telefoonproviders;
  • Verstoren van mobiele netwerken (telefoon);
  • Verstoring van portofoonverkeer (C2000);
  • Hinderen (beletten) van opsporing (b.v. GPS bakens).

Hoe herkent u een jammer?

Een jammer heeft één of meerdere korte antennes. Bij een zakmodel zijn deze antennes niet langer dan 10 centimeter. Een jammer heeft geen regelknoppen, maar uitsluitend een aan/uit knop. Daarnaast zit er geen CE-markering op die op andere elektrische apparatuur wel staat. Het formaat van een jammer zegt niets over het stoorpotentieel.

Treft u een jammer aan?

Staat de jammer aan?

Dat ziet u aan de lampjes op het apparaat. Volg dan het ETHER protocol:

(E) Eerst controleren: Controleer of u ontvangst heeft op een telefoon, portofoon en navigatieapparatuur;

(T) Testen: Test of deze apparaten nog goed werken;

(H) Handhaven: Schakel de jammer uit door de aan/uit knop en/of onderbreek de voeding als het apparaat niet is voorzien van een accu. Neem de jammer in beslag voor onttrekking aan het verkeer;

(E) Evalueren: Controleer nu opnieuw of u ontvangst heeft met telefoon, portofoon en navigatieapparatuur;

(R) Rapporteren: Rapporteer in uw redenen van wetenschap dat u eerst geen ontvangst had maar na het uitschakelen wel. Hiermee is een causaal verband aangetoond. Wij raden aan een technisch onderzoek uit te laten voeren en het rapport bij te voegen.

Staat de jammer uit?

Baseer de inbeslagname dan op het vermoeden van het bezit van een jammer. Dit kan op basis van de omschrijving van het apparaat zoals hierboven. Het apparaat voldoet niet aan de wettelijk eisen die voor radioapparaten gelden. Het hebben van zo’n apparaat is ook strafbaar gesteld in de Wet op de economische delicten (WED). Het is noodzakelijk met een technisch onderzoek vast te stellen dat het daadwerkelijk een jammer is. Vraag de verdachte altijd hoe hij aan het apparaat is gekomen.

Technisch onderzoek

Met een technisch onderzoek is vast te stellen of het een jammer is en op welke frequentiebanden deze stoort. Alleen zo kunt u aantonen of een apparaat werkelijk een jammer is en waar deze voor gebruikt kan worden. Sommige eenheden/districten beschikken over een afdeling STO of FO met de middelen om dit te doen. Voer dit onderzoek altijd uit in een radiogolf vrije ruimte, zodat er geen daadwerkelijke verstoring plaatsvindt.

Agentschap Telecom voert elke dinsdag technische onderzoeken uit in Amersfoort. U krijgt dan direct een rapport van bevindingen mee. Dit onderzoek is gratis. U kunt contact met ons opnemen via 050 – 587 74 44.

Strafbaarheid

Import, verkoop, bezit en gebruik van jammers is in heel Europa en Noord-Amerika verboden. Het strafbare feit staat in de Telecommunicatiewet en is strafbaar gesteld in de Wet op de economische delicten. Een vergunning voor een jammer bestaat niet. Het gebruik en het voorhanden hebben is per definitie illegaal. Dat geldt ook voor opsporingsdiensten. Alleen voor de nationale veiligheid kan de minister van Justitie en Veiligheid een uitzondering maken.

Onderstaand enkele wetsartikelen die u kunt gebruiken bij het opmaken van uw proces-verbaal.

Artikel/Wet 10.15, lid 1, Telecommunicatiewet

Het aanleggen, geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig hebben of het gebruik van een radiozendapparaat zonder vergunning. Dit feit kan ten laste worden gelegd, ook als het apparaat slechts voorhanden is. Een vergunning is niet mogelijk omdat het apparaat niet kan voldoen aan de eisen die voor uitrusting gelden.

1, onder 1, Wet op de Economische Delicten

Bovengenoemd feit is in de Wet op de economische delicten strafbaar gesteld. Omdat een jammer niet per ongeluk aan staat, is er zelfs sprake van opzet en is het een misdrijf met een maximale gevangenisstraf van 6 jaar.


161 sexies WvSr

Het opzettelijk verstoren van een telecommunicatie netwerk.
Omdat een jammer dit per definitie doet, is het aan te bevelen dit feit altijd subsidiair ten laste te leggen.


350c, WvSr

Het opzettelijk vernielen, beschadigen of onbruikbaar maken van een geautomatiseerd werk of werk voor telecommunicatie, waardoor wederrechtelijk verhindering of bemoeilijking van de opslag, verwerking of overdracht van gegevens of stoornis in een telecommunicatienetwerk of in de uitvoering van een telecommunicatiedienst, ontstaat.


350d, WvSr

Het vervaardigen, verkopen verwerven, invoeren, verspreiden of anderszins ter beschikking stellen of voorhanden hebben van (a) een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is om opzettelijk een geautomatiseerd werk of werk voor telecommunicatie te vernielen, te beschadigen of onbruikbaar te maken (zie art. 350c).


184, lid 1, WvSr

Het beletten, belemmeren, verijdelen van opsporingshandelingen.
Dit feit is aanwezig als de verdachte verklaart dat hij wist dat hij door de politie in de gaten werd gehouden en dat de jammer gebruikt werd om dit te verhinderen. Bij grotere onderzoeken met inzet van diverse opsporingsmethoden zoals GPS bakens, kan hier sprake van zijn.

Zie ook de Aanwijzing handhaving Telecommunicatiewet (hoofdstukken 3 en 10). Daarin is onder andere beschreven in welke gevallen en op welke wijze een overtreding van de Telecommunicatiewet strafrechtelijk of bestuursrechtelijk wordt gehandhaafd. De aanwijzing geeft regels voor de opsporing en vervolging bij de overtreding van de strafrechtelijk te handhaven bepalingen, zoals ten aanzien van jammers, en regelt de informatie-uitwisseling en samenwerking tussen OM, politie en Agentschap Telecom op dit gebied.