Planning
Voor de aanleg van een point-point straalverbinding onderzoekt Agentschap
Telecom of uw verbinding niet stoort op of wordt gestoord door andere
straalverbindingen of satellietverbindingen. Dit resulteert in een optimale
frequentie waarbij rekening is gehouden met de gewenste beschikbaarheid.
Naast de frequentieplanning moet u zelf nog met een aantal zaken rekening
houden:
- Tussen de zend- en ontvangstantenne moeten zo weinig mogelijk obstakels
staan. Flatgebouwen, bomen, heuvels en dergelijke kunnen het signaal verstoren.
- Informeer bij de gemeente(n) waar u de zend- en ontvangstantenne wilt
plaatsen of u een bouw- en/of aanlegvergunning nodig hebt. Houd ook rekening met
voorschriften van ruimtelijke ordening die plaatsing verhinderen. Voor het
overbruggen van 10 kilometer hebt u een antenne op circa 30 meter hoogte nodig;
voor 45 kilometer een antenne op 80 meter.
- Bepaal de exacte coördinaten van de plaats waar de antennes komen te staan.
Agentschap Telecom heeft deze nodig om te beoordelen of uw verbinding mogelijk
is. Met GPS-ontvangers kunt u ter plekke de coördinaten vaststellen. Raadpleeg
ook het kadaster in de betreffende gemeente(n). Ook op internet is informatie
beschikbaar, zoals Google Earth, die u kan helpen bij het vaststellen van de
juiste coördinaten.