1. U bevindt zich op: Home
  2. Onderwerpen
  3. > Satellietcommunicatie

Satellietcommunicatie

Satellietverbindingen zijn niet weg te denken in de wereldwijde vaste en mobiele communicatie. Grondstations zijn daarbij erg belangrijk. We onderscheiden verschillende categorieën.

HUB-station

Telecomoperators hebben behoefte aan een wereldwijde telecommunicatie-infrastructuur. Om continenten met elkaar te verbinden maken ze gebruik van satellieten. Een HUB-station, dat zowel informatie verzendt als ontvangt, maakt de intercontinentale communicatie mogelijk.

One-way uplink

Consumenten kunnen televisie- en radiouitzendingen via de satelliet ontvangen. Satellietoperators gebruiken zendende grondstations om de uitzendingen bij de satellieten aan te leveren. Zo’n grondstation heet one way uplink. Het is, zoals de naam al zegt, uitsluitend bedoeld om informatie aan te leveren. De verbinding heeft dus niet de mogelijkheid, lees frequentieruimte, voor tweewegverkeer.

Om gebruik te mogen maken van deze speciale satellietgrondstations is een vergunning vereist.

High e.i.r.p. satellite terminals (HEST)

De categorie HEST omvat Satellite Interactive Terminals (SIT’s), Satellite User Terminals (SUT’s) en Very Small Aperture Terminals (VSAT). Ze bieden de mogelijkheid voor (breedbandige) datacommunicatie via de satelliet. Veel multinationals maken gebruik van VSAT’s om ook de meer afgelegen locaties van de onderneming te koppelen aan het bedrijfsnetwerk of te voorzien van toepassingen zoals Internet en e-mail. Door de komst van goedkopere alternatieven zoals SIT’s en SUT’s is deze vorm van satellietcommunicatie ook bereikbaar geworden voor het midden en kleinbedrijf en zelfs de consument.

Bovengenoemde satellietgrondstations zijn binnen onderstaande voorwaarden vrijgesteld van een vergunning. Nadere informatie is te vinden in de ECC decision (06)03, de link hiervoor vindt u in de rechterkolom onder 'zie ook'.

Vrijgestelde categorieën

Frequentieband

Vermogen

A

14,00-14,25 GHz

60 dBW e.i.r.p.(1)

B

14,25-14,50 GHz (2),(3)

50 dBW e.i.r.p.(4)

C

29,50-30,00 GHz

60 dBW e.i.r.p.(1)

(1) Voor het gebruik van satellietgrondstations gelden de volgende reducties in vermogen in relatie met de afstand tot de begrenzing tot een luchthaven als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet luchtvaart:

Vermogensreducties

Vermogen

<34 dBW e.i.r.p.

Tot 50 dBW e.i.r.p.

Tot 55,3 dBW e.i.r.p.

Tot 57dBW e.i.r.p.

Tot 60 dBW e.i.r.p.

Minimum afstand tot de luchthaven

Geen beperking

500 meter

1800 meter

2300 meter

3500 meter

(2) De randapparaten mogen uitsluitend gebruikt worden op een afstand van tenminste 500 meter buiten de begrenzing van een luchthaven als bedoeld in artikel 1.1. van de Wet luchtvaart.

(3) Voor randapparaten aan boord van vliegtuigen geldt:

  • dat het gebruik niet is toegestaan tijdens opstijgen, landen en taxiën van een vliegtuig;
  • dat het gebruik aan de gate van de luchthaven is toegestaan.

(4) Het maximaal toegestane uitgangsvermogen van het randapparaat is 2 Watt.

Satellite Monitoring

In 2001 is in CEPT verband een Memorandum of Understanding on Satellite Monitoring (MoU on Sat) vastgesteld. Zeven administraties, waaronder het agentschap, hebben de MoU ondertekend en daardoor recht op het gebruik van het satellietmontoringstation te Leeheim (Duitsland). De MoU heeft een eigen site bij de ECO. Daarop staat meer informatie over de MoU, de leden en de mogelijkheden van het monitoringstation. In de rechter kolom staat een link naar deze site.