Radiozendamateurs gebruiken een radioroepnaam om zich tijdens radioverbindingen te identificeren.
Radioroepnamen bestaan uit twee letters en een cijfer (de prefix; PA t/m PI), gevolgd door minimaal één en maximaal drie letters (de suffix). Radioroepnamen mogen binnen bepaalde grenzen zelf worden gekozen.
Bestaat uit 2 letters (PA t/m PI) en een cijfer. Voor de letters geldt:
PA t/m PH voor individuele radiozendamateurs PI voor specifieke experimenten en
voor verenigingen, onderwijsinstellingen en overige instellingen die in het
kader van de ontwikkeling van de radiowetenschap experimenteren op de
amateurbanden •
Voor het cijfer geldt:
Bestaat uit minimaal één en maximaal drie letters. De volgende combinaties worden niet uitgegeven: SOS de lettercombinaties QOA t/m QUZ.