Bij het wegzuigen van zand is geen sprake van mechanische werkzaamheden in de ondergrond. Als het zand in de ondergrond handmatig wordt vrijgemaakt en met de zuiginstallatie wordt verwijderd uit de ontgraving is een graafmelding niet noodzakelijk. Uiteraard is het wel toegestaan om op voorhand een graafmelding te doen.
Asfalt is een constructie op de ondergrond. De WION ziet toe op graafwerkzaamheden in de ondergrond. Het frezen van asfalt of het boren er in, waarbij de ondergrond onder het asfalt niet 'geroerd' wordt, valt niet onder graafwerkzaamheden.
Als asfalt geheel verwijderd wordt, wordt dit wel gezien als 'grondroeren' en dient u een graafmelding te doen.
De netbeheerde is degene die als natuurlijk persoon handelende in de uitoefening van beroep of bedrijf dan wel als rechtspersoon een net beheert.
Dat iemand beheerder is van een net, kan blijken uit het volgende:
De beheerder van het net dient de netten te registreren. Veelal is in dit specifieke geval de projectontwikkelaar de beheerder van het terrein maar daarmee niet per definitie beheerder van de op het terrein aanwezig netwerken.
Het is van belang dat de definitieve beheerder en de projectontwikkelaar afspraken maken over wie de netten beheert tijdens de ontwikkelfase en wie dus verantwoordelijk is voor de registratie van deze netten.
Een beheerder verstuurt als reactie op een graafmelding minimaal een tekening
met daarop:
• een weergave van zijn netwerk;
• een legenda;
• de functie van het netwerk, conform de functie-indeling uit de ministeriële
regeling.
Het versturen van alleen een schriftelijke reactie - zonder tekening - is
onvoldoende. De nauwkeurigheid van de ligginggegevens is gebaseerd op de meest
nauwkeurige metingen die voor de beheerder beschikbaar zijn.
Zodra een graafpolygoon samenvalt met de beheerpolygoon van een beheerder, moet de beheerder informatie over de ligging van zijn net verstrekken aan de grondroerder )art. 10 lid 1.
Deze beheerdersinformatie bestaat uit:
• de liggingsgegevens;
• de relevante eigenschappen van het net;
• in voorkomend geval, de te nemen voorzorgsmaatregelen;
• de contactgegevens van de beheerder.
In de overgangsfase van de wet die nu geldt, verstrekt de beheerder de informatie direct aan degene die de graafmeting heeft gedaan (art. 46, lid 2). In artikel 5 van het Besluit informatie-uitwisseling ondergrondse netten (het Besluit), zijn aanvullende eisen gesteld aan de informatie (art. 46, lid 3 Wion).
De aanvullende eisen uit het Besluit zijn:
1. de liggingsgegevens die deel uitmaken van de beheerdersinformatie hebben
betrekking op elk in de oriëntatiepolygoon of graafpolygoon gelegen net, en
worden weergegeven door een tekening op een bij ministeriële regeling te bepalen
schaalgrootte;
2. de liggingsgegevens die deel uitmaken van de beheerdersinformatie zijn
gebaseerd op de meest nauwkeurige metingen die voor de beheerder beschikbaar
zijn, met dien verstande dat de metingen ten minste een nauwkeurigheid van een
meter hebben;
3. bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat op de in het eerste lid
bedoelde tekening markeringen en afzonderlijke elementen van het net als zodanig
worden weergegeven, en kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de
weergave van deze gegevens;
4. de beheerdersinformatie omvat de volgende gegevens:
1. de functie van het net overeenkomstig de bij ministeriële regeling te
bepalen functie-indeling;
2. indien meer dan één door de beheerder beheerd net op onderling zo geringe
afstand is gelegen dat deze op de in het eerste lid bedoelde kaart niet
afzonderlijk kunnen worden weergegeven: het aantal netten;
3. andere, bij ministeriële regeling bepaalde gegevens.
In de ministeriële regeling zijn verder geen bepalingen als invulling op artikel
5 van het Besluit opgenomen.
De toelichting op artikel 5 van het Besluit geeft nadere toelichting ten aanzien van de nauwkeurigheid van de metingen. Het niet voorhanden zijn van metingen met een nauwkeurigheid van een meter, ontslaat de beheerder niet van het verstrekken van een tekening en de relevante eigenschappen van het net. De beheerder weet wel dat er een net ligt - hij maakt er ten slotte gebruik van - maar weet niet nauwkeurig waar dit net ligt.
Het verstrekken van een tekening maakt het voor de grondroerder ook mogelijk om, in voorkomende gevallen, op de plaatsen waar hij netwerk aantreft een melding te doen van afwijkende ligging naar de beheerder op zijn kaartmateriaal.
Duikers verbinden wateren met elkaar. Zij vallen niet expliciet onder de wettelijke verplichtingen die voortvloeien uit de grondroerdersregeling.
Het is aan te bevelen dat de beheerder van een duiker goed afweegt of het toch niet verstandig is om ter voorkoming van graafschade de ligginggegevens van een duiker te registreren. Dit kan het geval zijn als het voor een grondroerder niet in alle gevallen duidelijk is dat op de positie waar wordt gegraven een duiker in de grond ligt.
De netten op gemeentelijke sportterreinen, gemeentewerven en andere gronden die in beheer zijn van gemeenten kunnen gebruik maken van de vrijstellingsregeling op voorwaarde dat de toegang tot het terrein beperkt is door de beheerder en de netten voldoen aan de overige bepalingen van artikel 4 van de tijdelijke regeling informatie-uitwisseling ondergrondse netten (Tijdelijke regeling).
Openbare gronden zijn; openbare wegen, wateren en andere terreinen, die voor
een ieder toegankelijk zijn.
Op sportvelden, scholen en gemeentewerven is er meestal geen sprake van
onbeperkte toegang. De beheerder van dergelijke terreinen kan de toegang
beperken met een hekwerk of iets dergelijks. Door deze maatregelen is de
beheerder van het terrein in staat te controleren of en door wie er op zijn
terrein wordt gegraven. Veelal zal de beheerder bij graafwerkzaamheden dan ook
zelf de opdrachtgever zijn.
De gemeente is de beheerder van het terrein en het daarop aanwezig netwerk. De verplichtingen uit de WION rusten dan ook op de gemeente.
Deze terreinen zijn in eigendom van een gemeente en worden door haar gebruikt
of verhuurd.
Als er sprake is van verhuur is het aanbrengen van wijzigingen aan het gehuurde
middels de huurovereenkomst verboden. Hieronder vallen ook graafwerkzaamheden.
Als de huurder zich niet aan deze overeenkomst houdt lijdt de verhuurder (de
gemeente) zelf de schade.
Voor deze terreinen geldt dat de uitzondering van artikel 4 van de tijdelijke regeling van toepassing is, mits voldaan is aan de criteria uit deze regeling.
Hierbij dient te worden opgemerkt dat deze vrijstelling alleen geldt voor de verplichte informatie-uitwisseling zoals beschreven in de Wion. Beheerders van dergelijke terreinen en netwerken worden geacht een eigen registratie bij te houden van de ligging van netten op deze terreinen. Zodra een grondroerder op dit eigen terrein werkzaamheden uitvoert ia het aanbevelenswaardig dat de terreinbeheerder deze informatie ook aan de grondroerder verstrekt. Samen met de informatie die wordt verkregen door het doen van een graafmelding is de grondroerder op deze wijze voorzien van complete informatie.
Tijdelijke regeling Artikel 4
1. Van de verplichtingen van de artikelen 6, tweede lid, 10, eerste lid, 45 en
46 van de wet is de beheerder vrijgesteld die een net beheert dat geheel of
grotendeels is gelegen in grond die geen openbare grond is in de zin van artikel
1, onderdeel aa, van de Telecommunicatiewet en mits die grond door hem wordt
gebruikt krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht.
2. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van
a. een net dat een aansluiting heeft ten behoeve van derden, niet zijnde
ondernemingen die deel uitmaken van een groep in de zin van artikel 24b van Boek
2 van het Burgerlijk Wetboek waarvan ook de beheerder deel uitmaakt;
b. een net met een gevaarlijke inhoud of een net met de functie gas hoge druk,
chemie, petrochemie, landelijk hoogspanningsnet, hoogspanning of warmte, zoals
omschreven in de bijlage bij deze regeling.
Telecommunicatiewet
aa. openbare gronden:
1º. openbare wegen met inbegrip van de daartoe behorende stoepen, glooiingen,
bermen, sloten, bruggen, viaducten, tunnels, duikers, beschoeiingen en andere
werken;
2º. wateren met de daartoe behorende bruggen, plantsoenen, pleinen en andere
plaatsen, die voor eenieder toegankelijk zijn;
Volgens de WION zijn alle netbeheerders verplicht om hun belang aan te melden bij het Kadaster. Of er sprake kan zijn van een vrijstelling van netten die in eigen grond liggen of in grond die in eigen beheer is, hangt af van een aantal voorwaarden.
Als de kabels en leidingen in niet/openbare grond liggen en voor eigen gebruik bedoeld zijn (dus niet ten behoeve van derden worden gebruikt) én als zij geen gevaarlijke stoffen bevatten, hoeven zij niet te worden aangemeld.
Dat is afhankelijk van de situatie. Als er al meer dan 20 werkdagen verstreken zijn sinds de graafmelding is gedaan en er wordt nog gegraven, dan zou er in principe een nieuwe melding moeten worden gedaan. Zodra de grond weer dicht is of zodra niet (meer) duidelijk is of er iets veranderd is in de ondergrond en de 20-werkdagentermijn is verstreken, kan de tekening niet meer worden gebruikt.
Bij grote werken is de situatie anders. Er is vaak sprake van een afgesloten werkterrein, waarbij het terrein langdurig opengebroken kan zijn en er tal van werkzaamheden in de grond plaatsvinden. Als de grondroerder plausibel kan maken dat er in de tussentijd geen mogelijkheid is dat er nieuwe kabels en/of leidingen zijn gelegd (bijvoorbeeld omdat hij het terrein 'onder controle' heeft) dan lijkt het niet zinvol na 20 werkdagen een nieuwe graafmelding te doen. Als hij daarentegen op een openbaar terrein graaft dat vrij toegankelijk is en hij er niet permanent zicht heeft op wat er op het terrein gebeurt, dan is een nieuwe graafmelding nodig.
Het leveren van kaartmateriaal is een wettelijke verplichting. Beheerders die geen kaartmateriaal leveren, zijn in overtreding.
De kosten voor het uitvoeren van een wettelijke plicht komen in beginsel voor rekening van degene op wie de verplichting rust. In bepaalde wetgeving kan dit anders worden bepaald. In de WION is hier geen sprake van.
Het is aldus niet toegestaan aan beheerders om facturen te versturen voor het leveren van kaartmateriaal.
Nee, op begraafplaatsen mag worden volstaan met een eenmalige melding. Zolang de beheerder van de begraafplaats weet dat er niets is gewijzigd aan de ligging van eventuele kabels en leidingen hoeft er niet opnieuw gemeld te worden ondanks dat er dieper dan 50 cm wordt gegraven.
Op begraafplaatsen wordt veelvuldig dieper gegraven dan 50cm. Hiervoor is in principe een graafmelding noodzakelijk. We willen echter vanwege de bijzondere omstandigheden die bij grafdelven aan de orde zijn een uitzondering maken. Een reguliere graafmelding per graafactiviteit is namelijk niet altijd mogelijk vanwege de beperkte tijd tot een begrafenis. Herhaaldelijk melden lijkt ook niet zinvol omdat op begraafplaatsen en zeker op de grafvelden de kans op aanwezigheid van kabels of leidingen zeer klein is en het terrein door een beheerder onder controle is.
Er bestaat een kleine kans dat op bestaande begraafplaatsen kabels en/of leidingen aanwezig zijn en zelfs dat tijdens het grafdelven graafschade ontstaat.
In afwijking van het bepaalde in artikel 8 van de Wion en art. 6 van het
Besluit informatie-uitwisseling ondergrondse netten zal door de toezichthouder
op begraafplaatsen de beperking van 50 cm niet worden gehandhaafd.
Beheerders van begraafplaatsen zullen, conform artikel 8 van de wet, eenmalig
een graafmelding moeten doen om vast te stellen of er op de begraafplaats kabels
en/of leidingen aanwezig zijn. Als blijkt dat dit niet het geval is mag
vervolgens met deze eerdere graafmelding worden gewerkt. Als er wel netwerken
aanwezig zijn zal de beheerder zodra er wijzigingen plaatsvinden aan dat netwerk
opnieuw een graafmelding moeten doen.
Indien uit de eenmalige melding blijkt dat kabels en/of leidingen aanwezig zijn
op locaties waar graven zijn gepland zal de beheerder van de begraafplaats met
de beheerder van het net afspraken moeten maken over de verplaatsing van deze
netten of een andere oplossing waardoor beschadiging van deze leidingen in de
toekomst wordt voorkomen.
Wet Artikel 8
1. Een grondroerder meldt het voornemen tot het verrichten van graafwerkzaamheden aan de Dienst ten hoogste twintig werkdagen voorafgaande aan de aanvang van die graafwerkzaamheden.
2. Bij de graafmelding geeft de grondroerder een graafpolygoon op.
3. Het eerste lid is niet van toepassing, indien de graafwerkzaamheden ten hoogste een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen diepgang hebben en uitgevoerd zullen worden in grond die in eigendom of beheer is van de grondroerder en hij weet dat sinds de voorafgaande graafmelding de ligging van de netten in deze grond niet is veranderd.
Besluit Artikel 6
De maximale diepgang, bedoeld in artikel 8, derde lid, van de wet, bedraagt 50 centimeter.
Afgeleid van de termijn die gesteld is bij het verwerken van een afwijkende ligging, wordt 30 werkdagen als een redelijke termijn beschouwd voor het registreren van weesleidingen.
Het Kadaster ontvangt (van de grondroerder) een elektronische melding van een onbekend net. Deze informatie wordt doorgezet naar netbeheerders die belang hebben in dat gebied en in die gemeente.
Indien er zich binnen 10 werkdagen geen beheerder meldt, dan krijgt de
gemeente de verplichting om die kabel en leiding in haar gegevensadministratie
op nemen. Dit geldt overigens alleen voor dat gedeelte van de kabel of leiding
dat bij de graafwerkzaamheden is aangetroffen.
Het is voor de gemeente niet verplicht het net op te sporen en in te meten. De
gemeente kan dit uiteraard wel doen wanneer zij daar zelf aanleiding toe ziet.
Wel moet de gemeente eventuele correcties op de ligging van dit net verwerken.
Indien zich wijzigingen voordoen in de locatie van de netten, dan moeten de
gewijzigde beheerpolygonen ten minste 20 werkdagen voordat zij in de netten door
aanleg of verlegging worden gerealiseerd, bij het Kadaster worden aangemeld. Dit
is bijvoorbeeld het geval bij uitbreiding van netten die zullen leiden tot
wijzigingen in de beheerpolygonen.
De wet zegt niet expliciet wanneer de netbeheerder de nieuwe ligginggegevens in
de eigen administratie moet hebben verwerkt. Echter, op elk moment kan er een
graafmelding worden gedaan, naar aanleiding waarvan de netbeheerder het
kaartmateriaal snel moet verstrekken.
Afgeleid van de termijn zoals gesteld bij het verwerken van een afwijkende ligging, wordt 30 werkdagen een redelijke termijn geacht voor het verwerken in tekeningen van nieuwe netten. Mocht het een project zijn dat meerdere maanden duurt, dan ligt het voor de hand om die delen van de netten die al zijn gelegd tussentijds te verwerken.
De Wion heeft geen geldigheidstermijn bepaald voor graafmeldingen. Graafwerkzaamheden mogen starten nadat al het kaartmateriaal is ontvangen. Binnen 20 werkdagen na het doen van de graafmelding dient een aanvang genomen te worden met de graafwerkzaamheden. Nadat een grondroerder is gestart met de werkzaamheden en hij controle heeft over andere werkzaamheden binnen zijn graafpolygoon is het niet noodzakelijk opnieuw een graafmelding te doen.
Om graafincidenten te voorkomen is het van belang dat de grondroerder de
actualiteit van het kaartmateriaal kan beoordelen. Om deze reden is dan ook
bepaald dat de grondroerder binnen 20 werkdagen na het doen van de melding moet
starten met de werkzaamheden op de locatie, art.8 lid 1.
Binnen deze termijn van 20 werkdagen is de kans dat wijzigingen plaatsvinden aan
de ligging van kabels en leidingen gering. Daarnaast kan de beheerder geplande
werkzaamheden aan zijn net binnen de gevraagde graafpolygoon afstemmen met de
grondroerder.
Als een grondroerder dagelijks aanwezig is op een graaflocatie is hij in
staat om te controleren of andere werkzaamheden plaatsvinden binnen zijn
graafpolygoon. Een andere mogelijkheid is dat de werklocatie wordt gecontroleerd
door het plaatsen van een hekwerk zoals gebruikelijk is op bijvoorbeeld
bouwlocaties.
Bij de aanleg van een leidingtracé is de grondroerder vaak wel dagelijks
aanwezig, maar is er op de graaflocatie meestal geen controle over het gehele
tracé mogelijk. In dergelijke situaties is het af te raadden om het gehele tracé
meteen te melden. Beter is dat er graafmeldingen voor fases van de uitvoering
worden gedaan die elkaar opvolgen in de tijd. In de projectplanning kan hiermee
rekening worden gehouden.
WION Artikel 8
1. Een grondroerder meldt het voornemen tot het verrichten van graafwerkzaamheden aan de Dienst ten hoogste twintig werkdagen voorafgaande aan de aanvang van die graafwerkzaamheden.
2. Bij de graafmelding geeft de grondroerder een graafpolygoon op.
3. Het eerste lid is niet van toepassing, indien de graafwerkzaamheden ten hoogste een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen diepgang hebben en uitgevoerd zullen worden in grond die in eigendom of beheer is van de grondroerder en hij weet dat sinds de voorafgaande graafmelding de ligging van de netten in deze grond niet is veranderd.
Een wijziging van het netwerk binnen het bestaande beheerpolygoon van een
beheerder wordt bij voorkeur onverwijld in het kaartmateriaal verwerkt. Dit naar
analogie van art. 17, lid 1, waarin is bepaald dat bij een geconstateerde
afwijkende ligging de grondroerder dit onverwijld meldt aan het Kadaster.
Na aanleg van het netwerk is de termijn om de wijziging te verwerken in de
liggingsgegevens van de beheerder maximaal 30 werkdagen. Deze termijn is gelijk
aan die van de verwerking van afwijkende ligging, art.17 lid 3.
De wet zegt niet expliciet wanneer de netbeheerder de nieuwe ligginggegevens in de eigen administratie moet hebben verwerkt. Echter op elk moment kan er een graafmelding worden gedaan, naar aanleiding waarvan de netbeheerder het kaartmateriaal snel moet verstrekken. Afgeleid van de termijn zoals gesteld bij het verwerken van een afwijkende ligging, wordt 30 werkdagen een redelijke termijn geacht voor het verwerken van de wijziging in tekeningen van nieuwe netten. Mocht het een project zijn dat meerdere maanden duurt, dan ligt het voor de hand om die delen van de netten die al zijn gelegd tussentijds te verwerken.
Wet Artikel 17
De beheerder treft binnen dertig werkdagen na ontvangst van de mededeling, bedoeld in het tweede lid, de als gevolg van de melding, bedoeld in het eerste lid, noodzakelijke maatregelen.
Bij het maaien van de begroeiing in sloten vinden geen graafwerkzaamheden
plaats. Het maaien vindt plaats boven de slootbodem, dus niet in de ondergrond.
Het uitbaggeren van sloten valt wel onder graafwerkzaamheden, hiervoor zijn de
verplichtingen uit de WION volledig van kracht. Bij het baggeren vinden namelijk
werkzaamheden plaats in de slootbodem.
Dit betekent niet dat degene die de maaiwerkzaamheden uitvoert niet
aansprakelijk is voor een eventuele beschadiging van een kabel of leiding die in
de sloot is aangelegd. Dit is een civiele zaak tussen partijen. Het advies is
echter wel om kabels en leidingen in de slootbodem te verwerken en de ligging te
markeren aan de slootkant.